Hand-aan-de-kraan

Het waddengebied is een uniek natuurgebied dat met de tijden en de getijden mee verandert. Terecht dat goed wordt onderzocht of de combinatie van zeespiegelstijging en bodemdaling door mijnbouwactiviteiten zou betekenen dat het waddengebied in Nederland verdrinkt. Met de recente discussie ‘wel of geen gaswinning onder de Waddenzee boven het Friese Ternaard’ zijn deze zorgen weer actueel. Naast zeespiegelstijging en bodemdaling is echter een derde factor van belang: de hoeveelheid zand en slib die in de Waddenzee wordt afgezet. 

Meegroeivermogen
Zolang zand en slib de ruimte opvullen die door dalende bodem en stijgende waterspiegel ontstaat, verdrinkt het wad niet. Dit heet het meegroeivermogen. Dat vormt een belangrijk gegeven in het zogeheten Hand-aan-de-Kraan-principe, een methode om te beoordelen of mijnbouwactiviteiten gedurende de komende decennia in de Waddenzee kunnen worden toegestaan. Als het wad dreigt te verdrinken omdat zeespiegelstijging plus bodemdaling samen groter zijn dan het meegroeivermogen, kan worden besloten de gas- of zoutwinning te verminderen of te stoppen (‘hand aan de kraan’). 

Het wad wordt voortdurend gemonitord. Wat blijkt? Zelfs in het Pinkegat, waar de bodemdaling door gaswinning het grootst is, doet sedimentatie het effect daarvan volledig te niet. Het actuele meegroeivermogen van de oostelijke Waddenzee is volgens waarnemingen en recente onderzoeken groot genoeg om de komende decennia zowel zeespiegelstijging als bodemdaling te compenseren, ook in de scenario’s zoals oktober 2021 door het KNMI geschetst. 

Verdrinkt het Nederlandse Wad?
Het wad zal alleen verdrinken als de zeespiegel sneller stijgt dan het actuele meegroeivermogen aankan. Volgens de laatste inzichten is de verwachting dat dit over een termijn van eeuwen het geval zou kunnen zijn, als er op den duur tenminste geen maatregelen genomen zouden worden om dat te voorkomen. De mate van bodemdaling die als gevolg van eventuele gaswinning de komende decennia zou plaatsvinden, speelt in dit grote en complexe geheel slechts een geringe rol. Tot op heden is de impact ervan nihil. Andere menselijke ingrepen, zoals de kustsuppleties, doen het effect teniet. Op dit moment is er in de oostelijke Waddenzee eerder sprake van verlanding dan verdrinking.

De meegroeivermogens van de verschillende delen van de Waddenzee zijn in het Hand-aan-de-Kraan-principe vastgelegd. Die schattingen zijn gebaseerd op het verleden, terwijl als gevolg van menselijke ingrepen de actuele en toekomstige situatie van de Waddenzee significant anders is. De actuele meegroeivermogens zijn naar de mening van TNO significant groter dan de nu gehanteerde waarden en zouden daarom aangepast moeten worden in het Hand-aan-de-Kraan-principe.

Meer weten? De uitgebreide versie van dit artikel met de bijbehorende (wetenschappelijke) referenties vind je via deze link.